CBS: stikstofexcretie melkvee gedaald in vierde kwartaal

In opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) na afloop van elk kwartaal van 2023 een prognose van de fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel. Het gaat om momentopnames waarbij de omvang van de rundveestapel na afloop van elk kwartaal gebaseerd wordt op het actuele aantal dieren in het Identificatie & Registratiesysteem (I&R).

Na afloop van elk kwartaal wordt op basis van beschikbaar gekomen nieuwe en actuele gegevens een berekening opgesteld van de totale fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel. In de kwartaalrapportages wordt steeds gebruik gemaakt van de meest recente gegevens over de omvang van de veestapel, de melkproductie per koe en van gegevens over de beschikbaarheid en de samenstelling van krachtvoer en ruwvoer.

De stikstof- en fosfaatexcretie van de melkveesector valt in de vierde kwartaalrapportage van 2023 1,0% lager uit in vergelijking met de vorige kwartaalrapportage. De stikstofexcretie van de gehele veestapel is volgens de momentopname in het vierde kwartaal 467,4 miljoen kilogram, 4,5 procent onder het stikstofproductieplafond voor 2023 dat door de Europese Commissie in de derogatiebeschikking (EC, 2022) is vastgesteld. De fosfaatexcretie van de gehele veestapel bedroeg in het vierde kwartaal 145,1 miljoen kilogram, 3,7 procent onder het productieplafond. De productieplafonds in de derogatiebeschikking van de Europese Commissie van 30 september 2022 hebben betrekking op de geproduceerde hoeveelheid stikstof en fosfaat in 2020. In 2025 worden de productieplafonds verder aangescherpt tot 440 miljoen kilogram stikstof en 135 miljoen kilogram fosfaat. De stikstofexcretie en de fosfaatexcretie in deze kwartaalrapportage liggen nog 6,2 respectievelijk 7,5 procent boven de productieplafonds die in 2025 gaan gelden.

Van 2018 tot 2022 is het ruweiwitgehalte van het melkveevoerrantsoen gedaald van respectievelijk 169 gram RE/kg droge stof naar 161 gram RE/kg droge stof. Al eerder, in de vierde kwartaalrapportage van 2022, bevestigden experts uit onderzoek en bedrijfsleven deze dalende tendens. De experts gaven aan dat de dalende trend aansluit bij het beeld dat melkveehouders, samen met hun adviseurs, momenteel veel aandacht besteden aan het optimaliseren van de rantsoenen. Daarnaast heeft ook het zeer lage ruweiwitgehalte van de graskuilen die in 2021 zijn aangelegd en voor een groot deel zijn gebruikt in 2022, bijgedragen aan het lage RE-gehalte van het melkveevoerrantsoen van 2022. Dat het ruweiwitgehalte van de in 2021 aangelegde graskuilen aanzienlijk lager uitkwam dan normaal is het gevolg van de natte weersomstandigheden in het voorjaar, waardoor later is gemaaid. De ruweiwitgehalten van de graskuilen die in 2022 en in 2023 zijn aangelegd komen meer overeen met gemiddelde waarden, zo bevestigen de experts uit onderzoek en bedrijfsleven. Het ruweiwitgehalte van het melkveevoerrantsoen in 2023 viel daardoor hoger uit dan in 2022.

De volledige rapportage is te lezen op de website van het CBS.