CLO: reductie verzurende depositie in landbouw en industrie

Overheidsinstantie Compendium voor de Leefomgeving (CLO) meldt, op basis van cijfers van het RIVM, een afname van verzurende depositie met 58% sinds 1990. Dat is vooral te danken aan vermindering van de uitstoot van zwaveldioxide. Met verzurende depositie wordt de potentieel verzurende depositie bedoeld. Dat is de maximale verzuring, die zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak, en hun omzettingsproducten in bodem en water kunnen veroorzaken. De daadwerkelijke verzuring in bodem en water kan minder zijn doordat ook basische stoffen deponeren.

De afname komt vooral door een sterke reductie van uitstoot van zwaveldioxiden. De emissies van stikstofoxiden en ammoniak zijn ook gedaald, maar minder sterk. Het relatieve belang van de stikstofverbindingen (afkomstig van de emissies van ammoniak en stikstofoxiden) in de zuurdepositie, is nam hierdoor toe: van ca. 60% in 1990 naar 73% in 2022. De Nederlandse landbouw draagt voor ongeveer 48% bij aan de verzurende depositie. Verkeer, industrie en overige bronnen dragen 23% bij. De resterende 32% komt vanuit het buitenland.

Belangrijke oorzaken van de daling van de depositie zijn:

  • Een sterke afname (90%) van de zwaveldioxide-emissie in binnen- en buitenland: overstap van kolen of olie op gas door raffinaderijen en energiecentrales en door bijvoorbeeld rookgasontzwaveling.
  • De emissie van stikstofoxiden daalde sinds 1990 met 57% door maatregelen in verkeer (o.a. katalysator in auto’s), industrie en energiesector.
  • De emissie van ammoniak in de Nederlandse landbouw is sinds 1990 met 65% gedaald door verbeterde voersamenstelling, emissiearme stallen, afdekking van mestsilo’s en direct onderwerken van mest bij uitrijden.

Regionaal zijn er grote verschillen in de verzurende depositie. In de Gelderse Vallei en de Peel komen deposities voor van meer dan 4.000 mol per ha per jaar. Oorzaak is de hoge lokale ammoniakuitstoot van de intensieve veehouderij in deze gebieden. Ammoniak komt op lage hoogtes vrij en deponeert relatief snel waardoor het dichter bij de bron neerkomt dan bijvoorbeeld stikstofoxiden. Dit betekent overigens niet dat ammoniak voornamelijk lokaal deponeert. Het grootste deel van het ammoniak deponeert over een groter oppervlak tientallen tot enkele honderden kilometers van de bron. De ruwheid van het terrein beïnvloedt de depositie van ammoniak. Ruwere terreinen zoals een bos of een stad vangen meer ammoniak (en stikstofoxiden) af dan gladde terreinen.