Eiwitmonitor: optimaliseren van voerbeleid

In de bijeenkomst van 27 september zijn de resultaten van de Eiwitmonitor gedeeld. Als we de gemiddelde uitkomsten van september vergelijken met die van mei en juni, dan zien we:

  • Lager kg melk/koe/dag en lagere voerefficiëntie (deels veroorzaakt door enkele voorjaars afkalvende veestapels)
  • Er wordt minder vers gras gevoerd en meer ruwvoer en krachtvoer bijgevoerd op stal
  • Gemiddeld bevat het rantsoen meer RE/kg DS en een lagere VEM/kg DS. Dit resulteert in een hoger ruw eiwit per kVEM
  • Hoger ureum en lagere stikstof benutting

De meeste veehouders voeren als krachtvoer vooral tarwe en gerst bij. Deze krachtvoeders geven veel energie, binnen twee uur na opname. Gezien het hoge eiwitgehalte in het verse gras van september (eiwit komt langzamer vrij) en het hoge ureum van de tankmelk, is het beter te kiezen voor krachtvoeders waarbij de energie geleidelijk vrijkomt (bijv. droge bietenpulp, maïsmeel). Dan wordt het onbestendige eiwit in het gras beter benut door de pens microben, waardoor het eiwitgehalte in de melk stijgt en het ureum daalt. Een hoog ureum kan ook schadelijk zijn voor de lever en de algemene gezondheid van de koe.

Ook met bijvoeren van kuilgras en grasbalen, kan het ureum worden bijgestuurd. In het voorjaar en de zomer zijn de ureumgehalten in de tankmelk laag. In de vers grasmonsters zien we gemiddeld genomen een laag ruw eiwit en lage OEB (Onbestendige Eiwit Balans), soms zelfs negatieve OEB. Bijvoeren van kuilgras uit het najaar (met veel eiwit) is dan beter.

Vanaf september laten de vers grasmonsters een hoog eiwitgehalte zien en minder energie (lagere VEM). Door hier kuilgras of grasbalen uit het voorjaar bij te voeren, wordt het eiwit beter benut. Graskuil, gewonnen in mei, heeft gemiddeld een hoge VEM, een laag ruw eiwit en een lage OEB.

Verder viel bij het doorrekenen van de gegevens het hoge percentage eiwit van eigen land op: meer dan 90%. Dit komt door het grote aandeel vers gras in het rantsoen (veel weide uren per koe) en een laag krachtvoerverbruik per 100 kg melk. Hiermee onderscheidt de biologische melkveehouderij zich positief.