RIVM: stikstofdepositie daalt onvoldoende

Met de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn verplichten EU-lidstaten zich om de natuur te beschermen. Eén van de drukfactoren op de natuur is een te hoge stikstofdepositie. In Nederland zijn in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) doelstellingen voor overbelasting met stikstofdepositie opgenomen. In 2035 moet de stikstofdepositie op 74% van de oppervlakte in de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden lager zijn dan de kritische depositiewaarde (KDW). Voor 2025 en 2030 is dat doel 40% respectievelijk 50%. Om deze Wsn-doelen te halen is een ambitieuze reductie van de stikstofemissie nodig. In de Startnotitie voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied (Startnotitie NPLG) van juni 2022 zijn voor alle
provincies indicaties voor reducties van ammoniakemissies opgenomen.

Het RIVM heeft berekend in hoeverre het wettelijke stikstofdoel wordt gehaald als de doelen van het NPLG worden bereikt. In minder dan de helft (40%) van de kwetsbare natuur wordt in 2035 de norm voor stikstof gehaald met de in het NPLG opgenomen gewenste daling in de provincies. Het teveel aan stikstof dat op de natuur neerslaat is wel 67% lager dan in 2021. Om het wettelijke doel van 74% areaal onder de KDW te halen, is een flinke extra daling van de emissie nodig. In 2035 moet de gemiddelde depositie in stikstofgevoelige natuur ongeveer 850 mol/ha/jaar bedragen. Wanneer alleen stal- en veldemissies van ammoniak uit de landbouw worden gereduceerd, is daarvoor een emissiereductie van bijna 80 procent bovenop het basispad nodig.