Terugblik op de eerste fase van het project

De Pilot BioMonitor heeft zich in de eerste fase vooral gericht op nadere kennismaking en het verzamelen en inventariseren van al beschikbare informatie van de deelnemende biologische pilotbedrijven. Vervolgens is tijdens een eerste bijeenkomst met de deelnemers gesproken over de ideeën en verwachtingen die er zijn ten aanzien van de BioMonitor.

Grote betrokkenheid en heldere verwachtingen

De eerste plenaire bijeenkomst, met alle deelnemende biologische pilotbedrijven, leverde een goed inzicht op in de verwachtingen die de zeer betrokken deelnemers hebben van de pilot en de BioMonitor. Alles draait om ‘het systeem’, dus niet om de gefragmenteerde blik op losse onderdelen daarvan. De goede bijdrage, die het biologische systeem levert, moet op een data-extensieve wijze inzichtelijk worden. Daar ligt wel een groot deel van de uitdaging. Hoe geven cijfers inzicht in ‘dingen die een biologische melkveehouder niet doet’ (om het systeem beter te laten functioneren)? Ook laten de motivatie, betrokkenheid en voortdurende inspanningen om het biologische systeem te optimaliseren, zich moeilijk meten.

Speerpunten

Uit een langere lijst van aangedragen aspecten, die aan bod zouden kunnen komen in de monitoring van het biologische systeem, zijn zes speerpunten gekozen tijdens de groepssessie:

  1. Waterkwaliteit
  2. Lokale stromen
  3. Antibiotica en residuen
  4. CO2 wereldwijd
  5. Vastlegging CO2 en bodem organische stof
  6. Biodiversiteit

Per speerpunt is benoemd waarom ‘biologisch’ beter uitpakt voor dat aspect, hoe monitoring mogelijk is of welke hindernissen zich daarbij voordoen en welke andere aspecten van belang zijn. Een treffend voorbeeld is biodiversiteit. Dat is een containerbegrip en omvat zoveel aspecten die in kaart zouden kunnen worden gebracht, dat verdere inkadering en specificering nodig is.

Inventarisatie beschikbare data

Met alle deelnemers is gekeken naar reeds beschikbare data die kunnen worden gebruikt. Hoewel de bestaande monitoringsystemen niet zijn toegespitst op het biologische systeem, kunnen verschillende gegevens wel worden gebruikt binnen de pilot. Voor ontbrekende data is bekeken hoe die alsnog kan worden aangevuld. Ook zijn er bedrijfsgegevens die zich niet of moeilijk in bestaande rekenmethodieken laten vangen en niet een-op-een kunnen worden overgenomen maar aanpassing behoeven. Het algehele beeld is dat de deelnemende bedrijven op belangrijke aspecten al heel goede scores laten zien. Dat neemt niet weg dat het systeem altijd verder kan worden geoptimaliseerd en er nog steeds nieuwe inzichten worden opgedaan: het biologische systeem is eigenlijk nooit ‘klaar’.

De volgende stappen

De begeleiders vanuit het project werken met de deelnemers verder aan verzameling en verduidelijking van data. Ook wordt de persoonlijke ambitie van de biologische melkveehouders vastgesteld: aan welke optimalisatie willen zij werken?

Het projectteam gaat de beschikbare informatie verwerken in een eerste concept van de BioMonitor om te ervaren wat al wel werkt en waar nog verdere aanpassing nodig is. In een vervolgsessie met de deelnemende bedrijven in september wordt deze eerste versie van de BioMonitor gepresenteerd. Deze en de waarde van mogelijke biologische systeemaanpassingen zullen dan worden bediscussieerd.

Met vriendelijke groet,

Sybrand Bouma

namens de projectorganisatie:

Wageningen University & Research

Biohuis

De Natuurweide